Bengaals Vuur

Het was een rustige week in de Provinciale Staten van Gelderland. De drie belangrijkste momenten waarin het besluit over ondersteuning van kavelruil, de bestemming van middelen voor innovatie in Gelderland en een debat over brandveiligheid van stallen. Bij de kavelruil ging het vooral om een motie van Groen Links (gesteund door D66) om waardevolle landschapselementen te beschermen. In het debat over brandveiligheid van stallen zocht de Partij voor de Dieren naar een aanleiding om een maximale omvang aan nieuwbouw bij stallen te stellen.

De PVV redt niet de wereld

Opmerkelijk was de rol van de PVV die de Partij voor de Dieren bijstond bij het beschermen van levende have, maar bij het debat over innovatie vond dat de overheid niet de taak heeft – op kosten van de belastingbetaler- om de wereld te redden. velen konden de spanning tussen beide standpunten van de PVV duiden. Maar in algemene zin is het opmerkelijk dat de PVV de rol van de overheid als rentmeester, als hoeder van de schepping of als borger van een publiek belang opzij schuift. Met deze zin zijn de deltawerken niet nodig (half Nederland wordt dan economisch vluchteling – gelukzoeker in Duitsland), kun je de brandweer opheffen en nog zoal wat taken. Ik deel de opvatting van de partij voor de Dieren om ook via regelgeving de brandveiligheid van dieren te beschermen, maar dan wel via regelgeving die de oorzaak van brand aanpakt (kortsluiting) en niet aangrijpt om stokpaardjes te berijden.

Brand in de kledingindustrie

De brandveiligheid in de intensieve veeteelt vindt zijn evenknie in de bouwveiligheid van de kledingindustrie in Bangladesh. Deze donderdag stortte een gebouw met acht verdiepingen aan confectiefabrieken in. Drie verdiepingen waren illegaal gebouwd en het gebouw voldeed niet aan de noodzakelijke constructienormen. De trieste balans is nu bijna 400 doden.   Net als de waardeketen van het vlees is de waardeketen van de mode grondig verziekt. Zowel bij vlees als bij mode wordt vaak met het vingertje naar de consument gewezen, maar het verschil tussen vlees en confectie is dat bij kleding de maakkosten vaak maar 15-25% van de winkelprijs vertegenwoordigd. Voor een uitgebreide analyse zie hier.

Anorexia en Greenwashing

Ik sluit me aan bij de analyse van Cor Molenaar dat teveel kledingmerken en winkels in de  valkuil van winst maken door te goedkoop zijn gevallen: goedkoop betekent lage kosten, machtsconcentratie en misbruik naar leveranciers. Dat slaat door in goedkoop en slecht opgeleid winkelpersoon, het uitpersen van leveranciers (lage prijzen en lange betalingstermijnen). Ik heb al vaker retailers gehad die door jarenlang beleid van afknijpen hun hele waarde keten in de anorexiastand hebben gekregen. Natuurlijk is er nu een jaar of tien een beleid van verantwoord ondernemen, maar dat is nog niet tussen de oren van de inkopers of van de financiele managers. Het is eerder greenwashing dan fundamenteel doorleefd beleid van retailers.

Kapitalisme van de armen

De landbouwsector en de kledingindustrie delen een aantal kenmerken: relatief lage toetredingsdrempels, ongelijke machtverhouding tussen kleine leveranciers en retailers met inkoopmacht. ook ongelijke toegang tot kapitaal: retailers hebben toegang tot de beurs en via hun winkelpanden tot investeerders in onroerend goed. De winst van de detailhandel financiert onze pensioenen, heb ik betoogd in mijn lectorale rede. Boeren, net als confectieboeren financieren hun bedrijf uit familiekapitaal, komen op gang door inzet van familieleden in het bedrijf en groeien door ingehouden winst uit de onderneming. Het bedrijf financiert de studie van de kinderen en de eigen oudedagsvoorziening. De concurrentie is moordend en als ondernemer wil je zo snel mogelijk kapitaal vergaren en wegwezen. De confectieindustrie is kapitalisme voor de armen. De meeste ondernemers in deze branche zijn geschoolde arbeiders.

Wereldwetje van van Houten

Ik ben geboren in de textielindustrie en werk nu bijna 25 voor de textiel- en kledingindustrie. Ik heb aan de wieg gestaan van de FairWear Foundation, ik heb van ICT integratie tot brandveiligheid van kinderkleding overleg in de branche geleid. Ik geloof iet in het zelf regulerend vermogen van de branche. Ik geloof al helemaal niet in de goede bedoelingen van de detailhandel. Ik heb 10 jaar bij een branche-organisatie gewerkt, maar ook met de beste bedoelingen kan een branche-organisatie geen bodem in de markt leggen. Ik ben voor regelgeving. Vroeger kon dat binnen nationale markten met nationale regels, nu zal dat op wereldschaal moeten. De consequenties van open markten is dat we ook wereldwijd minimumnormen stellen.