Bos of Heide: Welke natuur is politiek correct?

Gelderlanders zijn het snel met elkaar eens dat ze in de mooiste provincie van Nederland wonen. De schoonheid van de provincie heeft veel te maken met het voor Nederlandse begrippen dramatische reliëf (buitenlanders valt het niet eens op), dat opmerkelijk is bij de afzink van de A1 tussen Stroe en Apeldoorn, als de Westerbouwing bij Oosterbeek de opmars naar het westen in de gaten houdt, hoe Nijmegen torent boven de vlakte, hoe men de Duivelsberg vanuit het Montferland kan zien (en vice-versa) en hoe ten midden van dit imposant gestuw, de rivieren inderdaad traag door het laagland gaan. Wat Gelderland ook mooi maakt, bij Vorden, Lunteren, Groesbeek of Bergharen is de afwisseling van bos en akkerland, de overgang van gesloten en open landschap. Ook op de Hoge Veluwe openbaart zich soms na een wandeling de woeste leegte van de heide. Overigens is de mensheid altijd dichtbij. Het geroezemoes van de autosnelwegen in de verte, altijd een horecagelegenheid binnen een kwartier lopen en een fietsbel die mij doet opschrikken terwijl ik deze zin schrijf.

Op de atlas van 1869 is Gelderland hoofdzakelijk een provincie van akkers rond de dorpen en verder moeras en heide. De strangen in de uiterwaarden zijn nog onbetwist, terwijl de rivieren net getemd zijn en ingedijkt. In de Achterhoek gaan de beken nog onbesuisd door het landschap niet gehinderd door ruilverkaveling of regulerende stuw. De hoogvlaktes zijn wat ze zijn: open vlaktes waar de heide met moeite de verstuivingen weet te beheersen. In de 19de eeuw wordt de beplanting ingezet: bomen – vaak rijen grove dennen en later douglassparren – en ook weer ontginning voor akkerbouw of veeteelt. Het landschap wat we nu in Gelderland kennen is een sterk beteugelde natuur en per definitie een cultuurlandschap. Na de monotonie van de bossen wordt de laatste twintig jaar meer diversiteit in de natuur gebracht. Dat is dringend nodig, ook al omdat de biodiversiteit in Nederland maar ook in Gelderland sterk afneemt.

Daarom wordt dan ook bos gekapt en omgezet in heidelandschap. Een van die projecten is “Heiderijk”  in het gebied Groesbeek-Mook-Malden-Nijmegen. Door het kappen van bomen worden stroken heidelandschap gecreëerd en het gebied meer in overeenstemming te brengen met de situatie rond 1880. Enkele politieke partijen, o.a. de SP en de VVD hebben bezwaar tegen de omzetting van bos naar heide en tegen verkoop van terreinen van de Gemeente Nijmegen aan Natuurmonumenten. De SP doet voorkomen alsof dat privatisering is (terwijl ruim 90% van de terreinen van Natuurmonumenten openbaar toegankelijk zijn) en ontkent, zoals Rob Jetten (D66) in het raadsdebat benadrukte, dat Natuurmonumenten wellicht meer verstand van natuurbeheer heeft dan de Gemeente. Overigens zijn alle vergunningen voor aankoop, herinrichting in kap in 2008/2009 toegekend, dus het lijkt wel alsof SP laat wakker wordt en het Bos vooral wil Redden vanuit partijpolitieke motieven.

Het natuurherstel ken vele vormen: in Beekbergen wordt een nat bos van 75 ha hersteld, in het Korenburgerveen (bij Winterswijk) wordt een moeras en hoogveen weer gecreëerd. Aan de rand van de Veluwe worden sprengen en beekdalen hersteld.  In de Gelderse vallei worden duinen beschermd en broekbossen beschermd. In de achterhoek worden de kamplandschappen met de kenmerkende houtwallen weer in oorspronkelijke staat gebracht. Natuur en cultuurlandschap zijn gebaat bij diversiteit daarbij aansluitend bij vroegere functies en vormen. Bos is maar een van de vele vormen van natuurbeheer en verdient niet het ideologisch alleenrecht of privilege van politieke correctheid.